Vergrijpboete

Een vergrijpboete worden opgelegd bij zowel aanslagbelastingen als aangiftebelastingen. Daarnaast kan een vergrijpboete worden opgelegd voor het niet nakomen van de (actieve) informatieverplichting die sinds 1 januari 2012 in de wet is opgenomen. Deze vergrijpboete bedraagt in bepaalde gevallen maximaal € 5.278 en in bepaalde gevallen maximaal 100% van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de informatieverplichting niet is of zou zijn geheven.

De Inspecteur kan een vergrijpboete opleggen wanneer in een verzoek om een voorlopige aanslag of in een verzoek om een herziening van een voorlopige aanslag met opzet onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt. De vergrijpboete bedraagt maximaal 100% van de belasting die ten onrechte is of zou zijn teruggegeven of ten onrechte niet is of zou zijn betaald. Daarnaast kan de Inspecteur een vergrijpboete opleggen wanneer vanwege opzet of grove schuld niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig gegevens en inlichtingen worden verstrekt in het kader van de internationale gegevensuitwisseling.

Aanslagbelastingen

Bij de aanslagbelastingen kan een vergrijpboete worden opgelegd wanneer de aangifte opzettelijk niet, onjuist of onvolledig is gedaan. Ook het feit dat het aan de belastingplichtige te wijten is dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven, leidt tot het opleggen van onderhavige boete. De boete kan maximaal 100% van het bedrag van de aanslag of de navorderingsaanslag belopen. Een boete van 100% doet zich alleen voor ingeval van opzet en in een uitzonderlijk geval, bijvoorbeeld als stelselmatig opzettelijk geen of onjuist dan wel onvolledig aangifte wordt gedaan.

Is daarvan geen sprake dan bedraagt de boete bij opzet 50%. In het geval van grove schuld bedraagt de boete 25%, maar maximaal 50% in een uitzonderlijk geval. Voor de inkomstenbelasting geldt dat de vergrijpboete maximaal 300% kan bedragen als opzettelijk of door grove schuld een te laag inkomen uit sparen en beleggen (box 3) is aangegeven (bijvoorbeeld in geval van zwartsparen). In het geval van grove schuld legt de Inspecteur dan in beginsel een boete op van 75% en in het geval van opzet een boete van 150%.

Het is mogelijk een vergrijpboete te ontlopen als de belastingplichtige alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal raken (vrijwillige verbetering).

Voor aanslagbelastingen geldt dat binnen twee jaar na het indienen van de onjuiste aangifte vrijwillig moet worden verbeterd. Indien de belastingplichtige na die twee jaar alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt, geeft dit aanleiding tot matiging van de vergrijpboete.

Voor aanslagbelastingen gold voor de periode van 1 juli 2014 tot 1 juli 2015 dat de vergrijpboete werd gematigd tot 30% in geval van een vrijwillige verbetering door de belastingplichtige na verloop van twee jaar nadat het beboetbare feit zich heeft voorgedaan. Vanaf 1 juli 2015 wordt in die gevallen de vergrijpboete gematigd tot 60%.

Ook mag een vergrijpboete niet worden opgelegd als sprake is van een pleitbaar standpunt aan de zijde van de belastingplichtige. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als uit rechtspraak en/of literatuur blijkt dat dit standpunt verdedigd wordt.

 Aangiftebelastingen

Voor de aangiftebelastingen geldt dat een vergrijpboete aan de orde is als het aan de opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten is dat de verschuldigde belasting niet of niet tijdig is betaald. In dat geval kunnen eveneens boetes worden opgelegd tot maximaal 100% van de alsnog verschuldigde belasting. Voor deze boetes geldt hetzelfde als voor de aanslagbelastingen.

Onder grove schuld wordt verstaan een verwijtbare, aan opzet grenzende slordigheid of ernstige nalatigheid, waarbij de belastingplichtige redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zijn handeling (of het nalaten daarvan) tot gevolg kon hebben dat te weinig belasting zou worden geheven. Van opzet (ook voorwaardelijk opzet) is sprake als willens en wetens is gehandeld of nagelaten. Een voorbeeld van opzet is het bewust niet opnemen van een deel van de winst in de aangifte vennootschapsbelasting.

In het algemeen geldt dat een vergrijpboete wordt opgelegd bij een navorderings- of naheffingsaanslag. De Inspecteur heeft ook de mogelijkheid bij een opzettelijk niet, onjuiste of onvolledig ingediende aangifte vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting (en andere aanslagbelastingen) al meteen bij de gewone aanslag een vergrijpboete op te leggen. Overigens dient hierbij dan wel sprake te zijn van opzet.

De Inspecteur moet stellen en bewijzen dat sprake is van grove schuld of opzet. Verder kan alleen een vergrijpboete worden opgelegd voor dat deel van de belasting dat door grove schuld of opzet niet is geheven.

Opgemerkt zij dat er ook strafverminderende omstandigheden denkbaar zijn op grond waarvan de boete moet worden gematigd

Praktijk

In de praktijk blijkt dat de Inspecteur te gemakzuchtig een vergrijpboete oplegt. In heel veel gevallen zie ik dat in het geheel geen sprake is van opzet of grove schuld of dat de Inspecteur de opgelegde niet of te beperkt motiveert. Het loont derhalve niet voetstoots aan te nemen dat u terecht een vergrijpboete is opgelegd, omdat u ‘ook wel vindt dat een aantal punten niet goed zijn gegaan’. Dat uw administratie niet perfect is, wil immers nog niet zeggen dat u willen en wetens hebt gehandeld. Laat dit dus goed beoordelen, en wel tijdig, door een specialist alvorens met de vergrijpboete akkoord te gaan.

Voor vragen omtrent dit onderwerp kunt u contact opnemen met Mike Grippeling (grippeling@desingeladvocaten.nl)

mr. M. Grippeling

                                                                                                                                                                                     

Het recht op omgang

‘’Ik ben 10 jaar en mijn papa en mama zijn al een tijd uit elkaar maar maken nog steeds ruzie over hoe vaak ik bij papa ben en hoe vaak ik bij mama ben. Eigenlijk zou ik graag de ene week bij papa willen zijn en de andere keer bij mama maar niemand vraagt werkelijk naar wat ik wil. Ik ben wel gehoord door de kinderrechter maar vond dit best eng. Eigenlijk heb ik niet de tijd en de gelegenheid gehad om bij de kinderrechter aan te geven wat ik nou eigenlijk zou willen.’’

(uit het blog “Het bijzonder curatorschap” van mr. J.F. Sabaroedin)

De vorige keer heeft mr. Sabaroedin gesproken over de bijzonder curator en welke rol deze kan spelen voor kinderen in een echtscheidingsprocedure. Het vroegtijdig in een echtscheiding de kinderen een stem geven draagt bij aan de totstandkoming van een ouderschapsplan waarbij alle partijen zich gelukkig voelen.

Hoe gaat dit nu in de praktijk?

“Mijn papa en mama zijn heel boos op elkaar. Papa en mama zeggen dit ook tegen mij. Ik durf niet meer tegen mama te vertellen wat ik bij papa heb gedaan. Dan wordt ze boos en zegt ze dat papa niet goed voor mij zorgt. Papa praat altijd slecht over mama en daar word ik verdrietig van. Ik wil niet meer naar papa als hij zo blijft doen. “  

Dat kinderen vaak de dupe zijn van een echtscheiding is niet onbekend. Ondanks deze bekendheid is dit nog de orde van de dag. Veelal  verloopt de communicatie tussen de ouders zeer moeizaam en ontstaat er een groot wantrouwen naar elkaar. Er ontstaat een dusdanig wantrouwen tussen de ouders dat dit van invloed is op de omgangsregeling. Dit kan tot gevolg hebben dat de omgangsregeling wordt stopgezet door de ouder waar het kind zijn/haar hoofdverblijf heeft.

Ineens is het contact met je kinderen niet zo vanzelfsprekend meer.  In de meeste situaties hebben de kinderen het hoofdverblijf bij hun moeder en bestaat er een omgangsregeling tussen vader en kinderen.

Wat zegt de wet hier over?

In de wet staat dat zowel de biologische vader als de juridische vader (na erkenning) recht op omgang met het kind. Ook al heb je als biologische vader het kind niet erkend, dan nog heb je recht op contact met je kind.

Hier kan een uitzondering op worden gemaakt als:

  1. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
  2. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
  3. het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of
  4. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Als de moeder niet meewerkt aan de omgangsregeling voorziet de wet niet duidelijk in sancties die opgelegd kunnen worden. In de praktijk zijn wel maatregelen te zien die kunnen worden getroffen. Het is mogelijk dat je een verzoek tot een wijziging van de omgangsregeling of een naleving van de omgangsregeling aan de rechter voorlegt.

Je kunt de rechter in de procedure verzoeken om een dwangsom in de regeling te zetten, voor het geval een van de ouders in de toekomst niet meewerkt. Deze dwangsom kun je dan in rekening brengen bij de ouder die weigert aan de omgangsregeling te voldoen.

Voor vragen omtrent dit onderwerp kunt u contact opnemen met Willeke Krieger (krieger@desingeladvocaten.nl) of Jan Ferenc Sabaroedin (sabaroedin@desingeladvocaten.nl).

mr. W.T.M. Krieger

                                                                                                                                                                                     

Hoge integrale proceskostenvergoeding verschuldigd door inspecteur

De belastingrechter kan in een beroepsprocedure de fiscus verplichten tot het betalen van een integrale proceskostenvergoeding wanneer de inspecteur in vergaande mate onzorgvuldig heeft gehandeld. Uit een onlangs door mij gevoerde procedure voor de Rechtbank Gelderland blijkt dat het geen uitvoering geven aan de opdracht van het hof als zeer onzorgvuldig wordt aangemerkt.

In de zaak voor de rechtbank had de Belastingdienst mijn cliënt diverse navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen en naheffingsaanslagen btw opgelegd. Cliënt was in bezwaar gekomen tegen deze aanslagen. De belastingdienst wees zijn bezwaarschrift af vanwege onvoldoende motivering. Cliënt ging vervolgens in beroep. Hof Arnhem oordeelde dat de belastingdienst opnieuw op de bezwaren van cliënt moest beslissen. Overigens was inmiddels gebleken dat het gehele dossier bij de belastingdienst, inclusief FIOD-dossier dat de basis vormde voor de opgelegde aanslagen, was zoekgeraakt. De ontvanger had verklaard dat de aanslagen niet zouden worden ingevorderd. De belastingdienst deed echter pas na ruim tien jaar, op mijn aandringen, iets met deze opdracht. De inspecteur verklaarde de bezwaarschriften op grond van het niet invorderen door de ontvanger niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.

De rechtbank oordeelde echter dat mijn cliënt wel degelijk een processueel belang had, alleen al vanwege de eis van proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde, terecht, dat de inspecteur in deze zaak zeer onzorgvuldig had gehandeld. De rechtbank stelde bovendien vast dat de bezwaarprocedure door de schuld van de inspecteur veel te lang had geduurd. De belastingdienst moest daarom aan cliënt een integrale proceskostenvergoeding in plaats van een forfaitaire proceskostenvergoeding betalen. Daarnaast kende de rechtbank cliënt een hoge vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toe.

Benieuwd naar de gehele uitspraak? Klik hier.

mr. M. Grippeling

                                                                                                                                                                                     

Het bijzonder curatorschap

Ik ben 10 jaar en mijn papa en mama zijn al een tijd uit elkaar maar maken nog steeds ruzie over hoe vaak ik bij papa ben en hoe vaak ik bij mama ben. Eigenlijk zou ik graag de ene week bij papa willen zijn en de andere keer bij mama maar niemand vraagt werkelijk naar wat ik wil. Ik ben wel gehoord door de kinderrechter maar vond dit best eng. Eigenlijk heb ik niet de tijd en de gelegenheid gehad om bij de kinderrechter aan te geven wat ik nou eigenlijk zou willen.

Sinds enige jaren verplicht de wet dat ouders voorafgaand aan hun echtscheiding een ouderschapsplan opstellen. De bedoeling van deze wettelijke regeling was om een betere waarborg te bieden voor de kinderen. In de praktijk blijkt echter helaas dat de kinderen ondanks dit ouderschapsplan niet gehoord worden. Veelal zijn scheidende ouders meer met zichzelf bezig dan met het werkelijk belang van hun kinderen.

Het Verdrag inzake de rechten van het kind stelt dat kinderen in belangrijke aangelegenheden gehoord moeten worden. In de praktijk blijkt helaas dat hier lang niet altijd wat van terecht komt.

In Nederland bestaat de rechtsfiguur van de bijzonder curator. Deze bijzonder curator is iemand die door de rechter benoemd wordt om op te komen voor de belangen van een kind. De bijzonder curator hoeft geen advocaat te zijn maar zorgt ervoor dat de belangen van het kind over het voetlicht komen en dat het kind zich gehoord voelt. Met name aan dit laatste schort het veelvuldig. Kinderen ouder dan 12 jaar worden weliswaar in scheidingszaken gehoord door de kinderrechter maar in de praktijk blijkt dat ofwel rechters te weinig tijd hebben om de kinderen werkelijk te horen of niet gekwalificeerd zijn om de echte wensen van de kinderen te begrijpen. Hierbij komt dat dit gesprek vaak plaatsvindt vele maanden nadat de ouders al uit elkaar zijn en de kinderen in een loyaliteitsprobleem zijn geraakt. Immers willen zij de ouder bij wie zij verblijven niet teleurstellen.

Het bijzonder curatorschap zou in deze gevallen een belangrijke rol kunnen spelen. De bijzonder curator vertegenwoordigt de belangen van de kinderen en in dat kader ook hun stem. Bij de bijzonder curator kan het kind precies aangeven wat er in hem/haar omgaat hetgeen de bijzonder curator kan over brengen aan de ouders en de kinderrechter. Dit betekent niet altijd dat gedaan moet worden wat het kind wil, maar wel dat er serieus naar het kind geluisterd moet worden. Veelal gaat het bij het kind niet om de vraag of hij/zij zijn zin krijgt, maar wel het idee heeft dat er echt naar hem/haar geluisterd wordt.

De bijzonder curator zou betrokken moeten worden bij het opstellen van het ouderschapsplan. Een goede begeleiding door de bijzonder curator zou veel ellende kunnen voorkomen.

Het is jammer dat de bijzonder curator tot heden nog relatief weinig bekendheid heeft. De rechtsfiguur van de bijzonder curator is nodig in het belang van het kind en zou vaker gebruikt moeten worden.

J.F. Sabaroedin

Familierecht advocaat/mediator

                                                                                                                                                                                     

Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Op 1 juli 2016 is de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude in werking getreden.

In grote lijnen heeft deze Wet de Wet op de economische delicten, het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering gemoderniseerd omtrent de mogelijkheden voor het voorkomen, het opsporen en het vervolgen van faillissementsfraude.

Met deze Wet is de positie van de curator versterkt. De curator kan nu voor het niet juist voeren van de administratie of het bewaren daarvan, aangifte doen waardoor de bestuurder strafbaar kan worden gesteld.

De bepalingen omtrent de zogenaamde faillissementsfraude waren sterk verouderd. Faillissementsfraude komt steeds meer voor en daarom vond de wetgever het noodzakelijk de bepalingen hieromtrent te moderniseren.

De wet bevat een duidelijk onderscheid tussen de strafbaarstelling van delicten die gepleegd zijn in het kader van een faillissement van een natuurlijk persoon en anderzijds delicten, gepleegd in verband met het faillissement van een rechtspersoon. De werkgever heeft gemeend dat op deze manier in het vervolg nauwkeuriger de strafrechtelijke normstelling kan worden toegespitst op de gedragingen van betrokken toezichthouders (commissarissen) en bestuurders.

Wat is er (verder) veranderd? De Wet heeft geen volledig nieuw strafrechtelijk faillissementsrecht voortgebracht, maar in de bestaande wetten zijn enkele artikelen gewijzigd of aangevuld. Een en ander is verwerkt in Titel XXVI van het 2e boek van het Wetboek van Strafrecht. In de artikelen 194 Sr tot en met 344 Sr zijn gedragingen strafbaar gesteld, waarbij vereist is dat de omstandigheid dat het faillissement is ingetreden of een schuldsaneringsregeling al van toepassing is geworden.

De artikelen 340 Sr tot en met 344b Sr zien op de gedragingen die worden verricht voor intreding van het faillissement. In deze gevallen is het uitspreken van het faillissement of het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling een bijkomende voorwaarde voor strafbaarheid.

Van belang is overigens ook de intentie. Alle in het kader van faillissementsfraude strafbaar gestelde gedragingen dienen opzettelijk te zijn begaan. In een aantal gevallen is overigens wel aanvullend opzet van de dader vereist, gericht op het faillissement of het intreden daarvan en de daaruit voortvloeiende benadeling van schuldeisers.

Waarom is de Wet ten aanzien van faillissementsfraude nu ineens veranderd?

Zoals al aangegeven waren de bepalingen in de verschillende Wetten met betrekking tot faillissementsfraude zeer sterk verouderd. Daarnaast is eind 2012 de zogenaamde herijking van het faillissementsrecht in gang gezet. De gedachte achter deze herijking berust op drie pijlers, te weten de modernisering, versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven en fraudebestrijding. Inmiddels zijn er al twee Wetsvoorstellen in werking getreden om faillissementsfraude te bestrijden; de hierboven besproken Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude en de Wet civielrechtelijk bestuursverbod.

De bestrijding van faillissementsfraude zal de komende jaren alleen maar meer een punt van aandacht worden in de politiek en in de maatschappij.

Mocht u hierover vragen hebben of hiermee te maken krijgen als bestuurder of toezichthouder, neemt u dan contact met ons op. Onze specialisten, mr. Carl Luttikhuis, mr. Mike Grippeling, mr. Metin Inan en mr. Jolien Klomp (auteur van dit artikel) kunnen u adviseren alsook bijstaan in eventuele procedures en strafrechtelijke kwesties.

                                                                                                                                                                                     

Hoe creëer je een voldragen d-grond (disfunctioneren)?

De kantonrechter in Zwolle ontbindt de arbeidsovereenkomst van de werknemer wegens disfunctioneren. Sinds de invoering van de Wet Werk & Zekerheid, is dat al een hele klus voor werkgevers, maar het bijzondere aan deze zaak is dat de werkgever verschillende complimenten krijgt voor zijn inzet om het functioneren van de werknemer te verbeteren en voor zijn pogingen om binnen de organisatie een passende functie voor de werknemer te vinden. Ook de bereidheid en capaciteit van de werknemer tot zelfreflectie zijn relevant, zo blijkt uit de hier opgenomen uitspraak.

Feiten
Werknemer is sinds 1986 in dienst (bij de rechtsvoorganger van de werkgever). Eerst werkte hij als tekenaar, later als Projectleider. Medio 2012 is hij uit die laatste functie ontheven. In de betreffende brief verwijst werkgever naar de functioneringsproblemen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan. Vervolgens heeft de werknemer vanaf eind 2012 gedurende acht maanden een loopbaanoriëntatietraject gevolgd. Daarna is hij met ingang van 1 november 2013 geplaatst in de functie van commercieel medewerker. Aan het uitoefenen van die functie is een proefperiode van acht maanden gekoppeld. In die periode werd werknemer ook gecoacht. In 2014 heeft extra coaching plaatsgevonden m.b.v. een externe coach.

Uiteindelijk was voor deze werkgever de conclusie dat de werknemer ook in de functie van commercieel medewerker niet voldoet.

De volgende stap van werkgever was het invullen van de nieuw gecreëerde functie van assistent projectleider/contractbeheerder. Deze functie bleek echter niet kostendekkend te zijn. Werkgever heeft nog een voorstel gedaan om te komen tot een beëindiging met wederzijds goedvinden, maar dat is niet aanvaard door werkenemer.

De werkgever heeft vervolgens een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de d-grond (disfunctioneren/ongeschiktheid) ingediend.

Beoordeling kantonrechter
De kantonrechter overweegt dat de werkgever op verschillende manieren heeft laten zien dat hij heeft geïnvesteerd in de werknemer om hem te laten werken op een plek die past bij de werknemer. De werkgever heeft zich ingespannen om het functioneren van de werknemer te verbeteren door middel van vele gesprekken en activiteiten. Verwezen wordt naar: een loopbaanoriëntatietraject, interne coaching, externe coaching, plaatsing in een andere functie en uiteindelijk plaatsing in een nieuw gecreëerde functie (van assistent projectleider). Al deze inspanningen ten spijt, het beoogde resultaat namelijk een functionerende werknemer werd niet behaald. Volgens de kantonrechter is er daarom sprake van ongeschiktheid van de werknemer voor zijn functie bij de werkgever. Dat heet dan een “voldragen d-grond”.

Verder stelt de kantonrechter vast dat niet is gebleken dat er reële mogelijkheden zijn voor herplaatsing. Verwezen wordt naar de kritiek op het functioneren van de werknemer.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tot slot, met inachtneming van de opzegtermijn en toekenning van de transitievergoeding ad € 59.440,68.

Kantonrechter Zwolle 8 februari 2017, https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:795

Opmerkingen

Mooi voorbeeld van een zaak waar de eisen die worden gesteld aan ontbinding op de d-grond goed naar voren komen. Hier waren nog twee gronden aangevoerd (g-grond: onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie en h-grond: overige gronden), maar daar kwam de kantonrechter niet aan toe vanwege toewijzing op de d-grond: omvang en inhoud van het verbetertraject en de duur ervan moeten wel in perspectief worden geplaatst. De transitievergoeding is hier dan nog relatief fors, maar dat ligt niet aan het dossier maar aan de wetgever.

Het betreft hier een “grote” werkgever, waar herplaatsing in een andere functie makkelijker is dan bij een kleine werkgever. Ik vermoed dat dit daarom ook zo’n lang traject is geweest om te komen tot een deugdelijk verbetertraject en daarmee een disfunctioneren. Het dossier is hier zowel inhoudelijk als qua vastlegging in documentatie natuurlijk ook uitstekend gebeurd, maar was ook nodig gezien enerzijds de zeer lange staat van dienst van deze werknemer alsmede vanwege de grootte van deze werkgever en de herplaatsingsmogelijkheden.

De vraag is of een kleinere werkgever zich in een (zelfde) situatie met een (zelfde) werknemer ook zoveel inspanningen zou moeten getroosten. Aan dossieropbouw schort het vaak aan in de praktijk, niet alleen in de vastlegging van alles wat er is gebeurd maar ook in de reële inhoud van een verbetertraject. Het is bovendien altijd maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden.

Vragen of “sparren” over een dossier of situatie op uw werk (werkgever of werknemer)?
Dat kan bij mr. Metin Inan (auteur) of mr. Willeke Krieger: 053-4333552 of inan@desingeladvocaten.nl / krieger@desingeladvocaten.nl

                                                                                                                                                                                           

Tips voor de bijstand

Regelmatig gaan zaken mis bij mensen die een bijstandsuitkering (Participatiewet) hebben of aanvragen. Hieronder een paar tips om problemen te voorkomen:

1. Aanvraag
Het is verstandig bij de eerste melding bij de gemeente te zeggen dat u meteen een aanvraag voor een uitkering wil indienen. U hebt namelijk recht meestal op een voorschot binnen vier weken nadat de aanvraag is ingediend.

2. Arbeidsverplichtingen
Als u zich bij de gemeente Enschede hebt gemeld voor een uitkering, gelden vanaf de datum van melding voor u de arbeidsverplichtingen. Kort gezegd houdt dit in dat u direct vanaf de melding intensief zoekt naar betaald werk. Of u zoekt een andere oplossing zodat u geen of een zo kort mogelijke periode een beroep hoeft te doen op een uitkering. Als er redenen zijn waardoor u niet in staat bent om aan de arbeidsverplichtingen te voldoen, (bijvoorbeeld omdat u arbeidsongeschikt bent of een baby hebt) kunt u (tijdelijk) worden vrijgesteld van de arbeidsverplichting.
De arbeidsverplichtingen houden in dat u:
• als werkzoekende staat ingeschreven bij het UWV;
• actief zoekt naar een betaalde baan of naar scholing;
• niet alleen zoekt naar werk in uw woonplaats, maar ook in uw regio of nog verder weg;
• bereid bent om voor uw werk te reizen. Werk waarvoor u elke dag tot maximaal 3 uur moet reizen (1½ uur heen en 1½ uur terug) mag u niet weigeren;
• een overzicht bijhoudt van al uw sollicitaties;
• schriftelijke sollicitaties voorziet van een actueel CV (curriculum vitae);
• bij telefonische sollicitaties de volgende gegevens noteert: de datum, de tijd van het gesprek en de naam en het telefoonnummer van degene met wie u heeft gesproken;
• de reacties op uw sollicitaties bewaart;
• zich inschrijft bij meerdere uitzendbureaus en regelmatig informeert of er werk voor u is;

3. Informatieplicht bij de aanvraag
a. Bij de aanvraag vraagt de gemeente om allerlei informatie. Het is belangrijk dat u deze informatie zo snel mogelijk en volledig inlevert. Vraag eventueel om een e-mailadres waar u gegevens naartoe kunt sturen of om vragen te kunnen stellen.
b. U moet de gevraagde informatie altijd binnen een bepaalde tijd aanleveren. Dat staat in de schriftelijke informatie die u van de gemeente krijgt bij de aanvraag. U kunt ook later een brief krijgen waarin staat binnen hoeveel tijd u welke informatie moet aanleveren.
c. Heel belangrijk is dat u zich aan de termijn houdt! Doet u dat niet, dan kan de gemeente de aanvraag afwijzen zodat u opnieuw een uitkering moet aanvragen.
d. Als u de informatie niet op tijd kunt aanleveren, kunt u uitstel vragen. Doe dat per e-mail of brief of ga even langs bij de gemeente en vraag om uitstel. Vaak wordt de beslistermijn verlengd met de termijn waarvoor u uitstel hebt gekregen.

4. Informatieplicht tijdens de uitkering
U moet de gemeente meteen alles melden dat van belang kan zijn voor uw uitkering. Bijvoorbeeld:
a. Als u gaat verhuizen
b. Als u langere tijd (meer dan een week) afwezig zult zijn
c. Als u gaat samenwonen.
Als u een relatie hebt, moet u het melden als u meer dan drie nachten per week bij elkaar overnacht. De gemeente kan ook kijken hoe uw huishouden met dat van uw partner in elkaar zijn verweven. Denk aan: kosten delen, samen boodschappen doen, gezamenlijke bankrekening, gezamenlijke was. Vraag bij twijfel van tevoren informatie.
d. Als u en uw partner uit elkaar gaan
e. Het, al dan niet tijdelijk, op een ander adres verblijven of iemand in huis nemen, bijv. in geval van ziekte of noodopvang;
f. Als u geld heeft ontvangen, bijvoorbeeld:
i. Een belastingteruggaaf
ii. Een nagekomen uitkering of loon
iii. Inkomsten uit arbeid
iv. Inkomsten uit verkopen (bijv. via markplaats)
v. Schenkingen
vi. Een erfenis
vii. Ontvangen toeslagen (huur, zorg, kindgebonden budget) hoeft u niet te melden. Kinderbijslag ook niet.
viii. Meestal vraagt de gemeente naar de herkomst van contante stortingen op uw bankrekening. Zorg dat u daar een verklaring voor hebt.
g. Als u een part-time baan verliest.
h. Een kind dat uw huis verlaat, stopt met de studie of juist een studie gaat volgen;
i. Uw (buitenlands) vermogen (bijvoorbeeld bank- en spaarrekeningen, eigen woning of grond, effecten, caravan, auto of boot);
j. Het verrichten van vrijwilligerswerk (vooraf toestemming nodig);
k. Het gaan volgen van scholing en/of opleiding (vooraf toestemming nodig);
l. Op reis gaan; als u op reis wilt voor meer dan een paar dagen, overleg dan met uw contactpersoon bij de gemeente;
m. Het ontvangen van een andere uitkering
Dit is geen complete opsomming!
Van de gemeente krijgt u formulieren waarop u meldingen kunt doen. Als u twijfelt of u iets moet melden, kunt u het maar beter wel doen. Als u iets niet meldt dat u wel had moeten melden, kan dat zeer nadelige gevolgen hebben voor uw uitkering.
Als u er zeker van wilt zijn dat de gemeente informatie heeft ontvangen, kunt u deze het beste naar de gemeente brengen en een bewijs van ontvangst vragen.

5. Recht op voorschot
Een aanvrager van een uitkering van de gemeente heeft recht op een voorschot van 90% van de voor hem of haar geldende bijstandsnorm. Dit voorschot moet worden uitbetaald binnen vier weken na de aanvraag (dat hoeft niet bij uw eerste bezoek te zijn). Vraag daarom bij uw eerste bezoek aan de gemeente meteen de uitkering aan.
U hebt alleen géén recht op een voorschot:
a. Als u de gemeente belangrijke gegevens niet, niet op tijd of onvolledig aanlevert én dit uw schuld is;
b. Als u onvoldoende meewerkt aan het onderzoek van de gemeente naar uw recht op bijstand;
c. Als het de gemeente meteen duidelijk is dat u geen recht op een bijstandsuitkering zult hebben.
Vraag bij uw aanvraag meteen om een voorschot. Denk er wel aan dat u ontvangen voorschotten moet terugbetalen als de uitkering niet wordt toegekend.

6. Kostendelersnorm
Als u in een huis met meerdere mensen woont, kan mogelijk de kostendelersnorm op u worden toegepast, omdat u kosten met anderen kunt delen. U krijgt dan een lagere uitkering. Als uw medebewoners onder de 21 zijn of studenten met studiefinanciering of als zij een reële, commerciële huur betalen, mogen zij echter niet meetellen als kostendelers.
Geef dat door als u de uitkering aanvraagt.

7. Onderzoek door de gemeente
Als de gemeente denkt dat u misschien geen recht (meer) hebt op een uitkering, kan er onderzoek worden gedaan. Dat kan – naast het onderzoeken van documenten – op allerlei manieren:
a. Gesprekken die (soms) worden opgenomen.
b. Huisbezoek
Dat gebeurt onder andere om te zien of u wellicht samenwoont. Het huisbezoek kan zonder bericht vooraf plaatsvinden en u moet er aan meewerken. Als u dat niet doet kan uw uitkering worden geweigerd, ingetrokken of u kunt een boete krijgen.
c. Heimelijke observaties
De gemeente komt dan bijvoorbeeld regelmatig kijken of u misschien samenwoont of werkt. U merkt dat niet, maar het gebeurt wèl.
d. Onderzoek gegevensbestanden van andere instellingen, bijvoorbeeld:
i. RDW om te kijken of u een of meer auto’s op uw naam hebt staan
ii. Belastingdienst
iii. Energie- en waterbedrijven
iv. UWV
e. De gemeente kijkt ook regelmatig op internet: bijvoorbeeld Marktplaats en sociale media als Facebook.

8. Teken nooit zomaar iets!
De aanvraag voor een uitkering moet u natuurlijk tekenen.
Maar als er een verslag wordt gemaakt van een gesprek, is het heel belangrijk dat wat er is opgeschreven ook precies is wat u hebt gezegd én dat het volledig is. Beter is het als het gesprek (door de gemeente of uzelf) wordt opgenomen en dat u een kopie hebt van de opname.
Teken een verklaring niet zomaar! Het kan voorkomen dat in de verklaring dingen staan die u zo niet hebt gezegd of dat belangrijke dingen zijn weggelaten. Teken dan niet! Als u eenmaal hebt getekend kunt u daar bijna niet meer op terugkomen ook al klopt de verklaring niet.
U hoeft niet te tekenen als u het er niet mee eens bent.
Vraag om een concept en neem het mee naar huis om nog een keer goed na te lezen. Laat het verslag zo nodig verbeteren of aanvullen. Vraag eventueel advies bij Juridisch Loket of een advocaat.

9. Hulp bij problemen
Als u vragen of problemen hebt, kunt naar het Juridisch Loket gaan of opbellen.
U kunt ook contact opnemen met mr. Jan Melief van ons kantoor: melief@desingeladvocaten.nl

                                                                                                                                                                                           

Wetsvoorstel herziening partneralimentatie

Komt er een einde aan het jarenlang betalen van partneralimentatie?

Bij scheiding moet alimentatie worden betaald. De echtgenoot die niet zelf voldoende inkomsten heeft om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien, heeft recht op een bijdrage van de andere echtgenoot indien deze andere echtgenoot hiertoe in staat is.

De huidige regelgeving is verouderd. Daarom is er een nieuw wetsvoorstel “Herziening partneralimentatie “ ingediend.
De gedachte van het huidige partneralimentatiestelsel is nog steeds gebaseerd op de zogenaamde traditionele rolverdeling binnen het huishouden.
De ene echtgenoot, in de regel de vrouw, stopte met werken op het moment dat er kinderen kwamen om de zorg van de kinderen op zich te nemen. De andere echtgenoot zorgde voor het inkomen en was in staat zijn carrière op te bouwen.

Deze situatie is achterhaald.
Steeds vaker werken beide echtgenoten en is er geen noodzaak om te stoppen met werken op het moment dat er kinderen komen. Beide ouders hebben in beginsel de mogelijkheid om hun carrière en dus een verdiencapaciteit op te bouwen.

Wetsvoorstel
In het wetsvoorstel wordt gesproken over een alimentatietermijn gelijk aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar.
Voor echtparen die korter dan drie jaren zijn getrouwd, behoeft in het geheel geen alimentatie te worden betaald. Na een huwelijk dat langer dan 15 jaar heeft geduurd, is de alimentatietermijn maximaal 10 jaar.
Een verplichting om alimentatie te betalen eindigt echter niet eerder dan nadat de kinderen uit het huwelijk de leeftijd van 12 jaar hebben bereikt.

Het wetsontwerp is in juli 2015 ingediend en het is natuurlijk maar de vraag of en wanneer de nieuwe wetgeving van kracht wordt.

Geen kinderen?
Als er uit het huwelijk geen kinderen onder de leeftijd van 12 jaar zijn, dan is er na een huwelijksduur tussen de 0 en 3 jaar dus geen recht op partneralimentatie. Heeft het huwelijk langer dan drie jaar geduurd dan is de alimentatietermijn gelijk aan de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.

Wel kinderen?
Zijn er uit het huwelijk wel kinderen onder de leeftijd van 12 jaar, dan bestaat er recht op partneralimentatie gedurende de helft van de huwelijkstermijn met een maximum van 5 jaar maar in ieder geval tot het jongste kind 12 jaar is.

Huwelijk langer dan 15 jaar
Voor huwelijken die langer dan 15 jaar hebben stand gehouden en waarbij de alimentatiegerechtigde ten hoogste 10 jaar jonger is dan de AOW- gerechtigde leeftijd bedraagt de alimentatietermijn 5 jaar maar in ieder geval minimaal tot de alimentatiegerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Huidige wetgeving
Ook de huidige wet biedt echter de mogelijkheid om de rechter te verzoeken de termijn van 12 jaar te verkorten. De wetgever heeft de rechter de ruimte gegeven om een alimentatieverplichting voor een kortere termijn op te leggen waardoor een wetswijziging op dit punt eigenlijk niet nodig is.

De alimentatieplichtige moet, wanneer hij of zij een beroep doet op een kortere termijn, wel met goede argumenten komen. De duur van het huwelijk, de leeftijd van partijen, het opleidingsniveau, maar met name ook de vraag of er kinderen zijn spelen hierbij een belangrijke rol. Op basis van het huidige recht moet gekeken worden naar de verdiencapaciteit van de alimentatiegerechtigde.
Gesteld zou kunnen worden dat iemand die een hoog opleidingsniveau heeft en veel werkervaring, in staat moet zijn om inkomsten te genereren.

In de praktijk is het niet altijd eenvoudig om aan te tonen dat de alimentatiegerechtigde inkomsten kan genereren. Rechters zouden eigenlijk meer aandacht moeten besteden aan het feit op welke wijze de alimentatiegerechtigde probeert financieel voor zichzelf te zorgen.
Aansluiting zou kunnen gezocht worden bij de verplichtingen die het UWV of de sociale diensten opleggen in het kader van de sollicitatieplicht.

Conclusie
De huidige wetgeving biedt thans reeds mogelijkheden om een verkorting van de alimentatietermijn te vragen. Het wetsontwerp is ingegeven door de veranderde maatschappelijke opvattingen. Rechters mogen, hoewel zij dit blijkbaar moeilijk vinden, hun ogen voor deze gewijzigde maatschappelijke omstandigheden niet gesloten houden.

Jan Ferenc Sabaroedin
familierecht advocaat/ scheidingsmediator

                                                                                                                                                                                           

Forse verzwaring aansprakelijkheid bestuurders verenigingen*

Op 8 juni dit jaar is het Wetsvoorstel Bestuur & Toezicht Rechtspersonen ingediend. Het voorstel is op dit moment nog in behandeling bij de Tweede Kamer.
Reden voor het Wetsvoorstel is dat de Wet duidelijker moet aangeven wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van bestuurders en commissarissen bij een vereniging, stichting, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij. Alsook moet helder zijn in welke gevallen bestuurders en commissarissen van deze rechtspersonen aansprakelijk zijn. De kern van het doel is het bestuur en toezicht bij deze rechtspersonen te verbeteren. De wet geeft nu namelijk al duidelijk aan hoe e.e.a. geldt voor bestuurders en commissarissen van een B.V. of een N.V., dit wetsvoorstel moet dit ook duidelijk maken voor de andere rechtspersonen die wij kennen in ons land.
De regeling is niet alleen van belang voor verenigingen en stichtingen in de zorg, het onderwijs en de volkshuisvesting, maar bijvoorbeeld ook voor goede doelen.
De wetgever meent dat als het voor bestuurders en toezichthouders duidelijker is wat er precies van hen wordt verwacht, dat zij dan beter op hun prestaties kunnen worden afgerekend en zou het makkelijker moeten worden om slecht functionerende bestuurders en commissarissen te vervangen.
Ook komt er een zogenaamde basisregeling voor de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders die hun taken niet correct uitvoeren, derhalve ook in geval van faillissement.
De wetgever wil overigens voor onbezoldigde bestuurders van niet-commerciële verenigingen (lees: vrijwillige bestuurders) een uitzondering maken. Hiervoor zouden dan soepelere regels gelden. Hiermee wil de wetgever voorkomen dat vrijwilligers zich niet meer als bestuurder van een vereniging willen (of durven) inzetten.

Let wel op (ook als vrijwilliger) nu een fout van de financieel verantwoordelijke bij een vereniging of stichting, vanaf invoering van het nieuwe wetsvoorstel Bestuur & Toezicht Rechtspersonen, kan leiden tot een zogenaamde 2: 248-procedure. Dit betekent dat de zogenaamde omkering van de bewijslast leidt tot een forse verzwaring van de aansprakelijkheid van de bestuurder. Deze procedure geldt op dit moment alleen nog voor de bestuurders van de besloten vennootschappen en de naamloze vennootschappen. Na invoering van het wetsvoorstel zal dit ook gelden voor bestuurders van de andere rechtspersonen. Met andere woorden; indien de financieel verantwoordelijke persoon van de vereniging, waar u bestuurder van bent, een fout maakt, kan dit betekenen dat u aansprakelijk wordt gesteld, waarbij dan niet de bewijslast rust bij degene die u aanspreekt, maar de bewijslast rust bij u om aan te tonen dat er geen sprake is geweest van een fout. Een en ander zou zelfs (in het ergste geval) nog kunnen leiden tot een strafrechtelijke vervolging.
Heeft u vragen over het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht rechtspersonen, of heeft u (cliënten) als bestuurder van een vereniging een algemene vraag over de (uitsluiting van uw) aansprakelijkheid, of bent u aansprakelijk gesteld, neemt u dan contact met ons op.
Onze sectie ondernemingsrecht (zie hieronder) kan uw vragen beantwoorden en u eveneens bijstaan in een aansprakelijkheidsprocedure. Iedere ondernemingsrechtadvocaat van De Singel Advocaten heeft de kennis en ervaring met deze kwestie om u hierbij op een juiste manier te begeleiden.
*geschreven door: mr. J. (Jolien) Klomp, advocaat
Sectie ondernemingsrecht De Singel Advocaten:
mr. J. (Jolien) Klomp – klomp@desingeladvocaten.nl
mr. C.A.M. (Carl) Luttikhuis – luttikhuis@desingeladvocaten.nl
mr. M. (Mike) Grippeling – grippeling@desingeladvocaten.nl

                                                                                                                                                                                           

De Singel Advocaten breidt uit!

Met de komst van advocaat-fiscalist Mike Grippeling (47) naar De Singel Advocaten, heeft het Enschedese advocatenkantoor haar dienstverlening uitgebreid met de rechtsgebieden ‘fiscale advisering’ en ‘fiscale advocatuur’.IMG_4972

Mike is al sinds 1989 werkzaam in de fiscaliteit. Hij houdt zich voornamelijk bezig met het formele belastingrecht, maar ook met economisch (straf-)recht, faillissementsrecht, fraudezaken en bedrijfsadvisering en -overnames.

“De uitdaging bij De Singel Advocaten? Een kantoor met specialisten op breed terrein, die werken op basis van goed persoonlijk contact met de cliënt en samen snel zoeken naar de beste oplossing. Die oplossing kan liggen in advisering, onderhandelen of snel en krachtig procederen als de situatie daarom vraagt. Ik geloof in duidelijkheid én in gezond verstand”, aldus Mike.

Wenst u in contact te komen met mr. Grippeling? Neemt u gerust contact met hem op: grippeling@desingeladvocaten.nl

                                                                                                                                                                                           

Galexy International te Stockholm

Advocatenkantoor De Singel Advocaten is één van de oprichters van het  in 1991 opgerichte internationale netwerk van advocaten “Galexy”. Galexy is een internationaal netwerk van advocatenkantoren gevestigd in Europa, de Verenigde Staten, India en Israël. Ieder jaar wordt door één van de leden een Conferentie georganiseerd in haar stad. Dit jaar werd de conferentie gehouden te Stockholm. Tijdens deze conferentie wordt gewerkt aan het netwerk en worden actuele juridische kwesties en lopende zaken besproken.

Benieuwd naar het verloop van deze conferentie? Hieronder volgt een korte weergave van deze periode in Stockholm. 

This year’s Annual Conference in Stockholm celebrated the 25thbirthday of Galexy International. After a quarter of a century our organization is still very much alive! Almost fifty people joined us in the Venice of the north. Everything went according to plan, although the weather made for the biggest surprise. Instead of the forecasted rains with temperatures of 19 degrees Celsius, we enjoyed three days of blue skies at 25C. In the evenings we experienced that it never gets dark in Stockholm in July. An amazing experience, to say the least! We thank our host Anders Lönnquist for a wonderful time.

Prospective members

We are also happy to see that our efforts for international growth bare fruit. At the AC, new prospective members from India (Manthan Unadkat: Unadkat & Co), Cyprus (Len Judes: Stelios Americanos & Co.), Hungary (Katalin Preda: Marosi, Préda & Partner Law Firm) and Lithuania (Jolita Mikuleniene: Lewben Group) presented their firms. It may well be the first time we had so many prospective members at an AC.

During the working sessions Skip Kohlmeyer and Christian Thier did really very interesting presentations on US Law (Skip on litigation and Christian on foreigners’ real estate property purchases in the US). After the first working sessions, we visited the SCC, one of the leading forums for international arbitration, with approximately 200 new arbitrations registered annually.

Friday afternoon left us scattered throughout the “old town”, enjoying a little shopping and sun shine: a truly wonderful experience. On Saturday members were split up in groups, according to their fields of expertise, to brainstorm and discuss the issue of international cooperation. At the end we had really interesting outcomes from these discussions. It seems that there are many alternative ways, making is easy to cooperate with other Galexy members. Some members agreed to keep in touch on a regular bases, to generate new business in a proactive manner.
Then off for the boat tour where the sea was connected to a lake! Gala dinner was more than elegant at the Operakällaren on Saturday. Food was incredible and members danced till morning.

Resolutions

Financials were presented by the treasurer Carl Luttikhuis and audited by Tobias Vels. It was commented that we should be keener on the collection of unpaid dues. The financial statements were accepted unanimously by the members attending the AC,

Our Romanian member form has not attended the AC for many years and has not been paying the dues despite many reminders from the SC over the last three years. The firm has not been very responsive and effective regarding the work referred to it. The issue was resolved by a unanimous vote to expel the Romanian member firm from the Galexy network.

The Steering Committee’s 2 year term has expired. Carl Luttikhuis and Yoram Samuel stepped
down from the committee. We all are very grateful for their valuable contributions, their time and their energy. Cagatay Yilmaz, David Covi, Elina Paraskevapuolu, Simeon Nikolov and Peter Blake were elected to the SC unanimously. We all welcome Peter aboard. Peter is from Prettys UK, one of the founding members of Galexy International, 25 years ago. Cagatay Yilmaz was reelected as president and David Covi as vice president by unanimous votes.

Hungary, Lithuania, India were unanimously accepted as
prospective members. India attended the Paris AC years ago and we are very happy to see them back.

We are pleased that Simeon Nikolov has proposed to host next year’s AC in Sofia, Bulgaria, from July 6 through 9.

‘Out of sight, out of mind’

This notion applies within Galexy as well as anywhere else. So please send us news, cases or information about interesting developments at your firm. We are happy to edit them and use them on the Galexy site and for newsletters.

The Steering Committee

Copyright © 2011 Galexy.eu

Sofia, Bulgaria

Mocht u nadere vragen hebben omtrent Galexy International, neemt u dan contact op met mr. C.A.M. (Carl) Luttikhuis op telefoonnummer 053 – 4333552 of per e-mail:luttikhuis@desingeladvocaten.nl.

                                                                                                                                                                                           

Uitwonende studenten: Pas op!! Controles! Boetes! Terugvordering!

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) die de studiefinanciering regelt, legt regelmatig huisbezoeken af bij studenten die een verhuizing hebben doorgegeven van hun ouderlijk huis naar een nieuw adres waardoor ze uitwonend worden en een hogere basisbeurs krijgen.

Als DUO na de controle van mening is dat niet duidelijk is dat de student wel woont waar hij zegt dat hij woont, wordt de uitwonende beurs zonder meer omgezet in een thuiswonende, meestal met terugwerkende kracht vanaf de datum van de doorgegeven verhuizing. Bovendien wordt dan een boete opgelegd van meestal 50%. Dat kan een schade van vele duizenden Euro’s opleveren!

Zorg er dus voor dat overduidelijk is dat je woont waar je zegt dat je woont!

De controles worden vooral uitgevoerd bij studenten die:

  • Die binnen dezelfde stad verhuizen,
  • Die bij familie gaan wonen,
  • Die verder van hun onderwijsinstelling af gaan wonen.

De controles worden zonder aankondiging gedaan en meestal op tijdstippen waarop DUO verwacht dat de student niet thuis is. Een huisgenoot zal dan open doen.

Tips voor studenten en degene bij wie ze wonen:

  1. Het is heel belangrijk dat er geen twijfel over is dat de student woont op het door hem/haar opgeven adres. Dat kan onder andere blijken door:
    1. De aanwezigheid van persoonlijke eigendommen zoals:
      (Studie)boeken (naam erin zetten);
      Kleren, duidelijk bij elkaar in een kast;
      Toiletspullen apart van die van de rest van de huisgenoten in je kamer;
      Een duidelijk eigen kamer waarin de persoonlijke spullen ook liggen;
      Andere zaken die je misschien niet nodig hebt maar die overduidelijk van de student zijn.
    2. Post voor de student.
    3. Als de student een vergoeding betaalt voor het inwonen (bijv. huur of een andere vergoeding), leg dat dan van tevoren schriftelijk vast met datum en handtekeningen. Laat dat stuk zien aan de controleurs. Maak de bijdrage per bank over zodat er ook een betaalbewijs is. Laat ook dat zien aan de controleurs.
    4. Let op dat veel controleurs niet verder kijken dan hun neus lang is.
    5. Kortom: hoe meer spullen duidelijk van de student zijn, hoe beter.
  1. Tijdens het huisbezoek:
    1. Het is belangrijk dat degene die open doet, weet waar de spullen van de student zijn.
    2. Bij het bezoek moet degene die open doet om legitimatie vragen aan de controleurs en ook vragen of ze de controle in dienstverband doen of als zzp-er. Als ze niet in dienstverband zijn, is de controle onrechtmatig, dat heeft de hoogste rechter onlangs bepaald!!
      De controleurs maken vaak foto’s. Het belangrijk ze te vragen om alles te fotograferen wat duidelijk van de student is. Maak ook zelf foto’s.
    3. De controleurs maken ter plaatse een verslag en dringen er bij degene die open doet op aan dat ze dat tekenen. Doe dat niet zo maar! Het komt regelmatig voor dat er fouten staan in het verslag en vooral dat het onvolledig is. Zeker als degene die open doet de Nederlandse taal niet (goed) beheerst, kan hij/zij beter niet tekenen. Je hoeft ook niet tekenen. Vaak is het beter te zeggen dat je het verslag eerst rustig wil doorlezen en later zal aangeven of het juist is. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er meer spullen aantoonbaar in huis zijn, maar degene die open doet dat niet weet.
      Teken alleen als alles erin staat én dat het er goed in staat!
      Bij twijfel kun je ons kantoor bellen voor advies. Ook tijdens de controle.

Als je na een huisbezoek toch een Bericht krijgt van DUO waarin staat dat de uitwonende beurs is teruggezet naar thuiswonend, neem dan altijd contact op met een advocaat, bijvoorbeeld met mr. Jan Melief van ons kantoor (melief@desingeladvocaten.nl).

                                                                                                                                                                                           

Trouwen in gemeenschap van goederen niet langer standaard

In Nederland kennen wij nu nog de algehele gemeenschap van goederen. Dit betekent dat bij een huwelijk in gemeenschap van goederen alle goederen die u beiden voor en tijdens het huwelijk verkrijgt gemeenschappelijk zijn. Dat geldt ook voor schulden. Op deze regel is een aantal uitzonderingen:

  • Een erfenis met uitsluitingsclausule

Als u een erfenis ontvangt en de overledene heeft bepaald dat de goederen uitsluitend voor u bestemd zijn (uitsluitingsclausule) dan vallen die goederen buiten de gemeenschap van goederen.

  • Verknochte goederen en schulden

Deze bijzonder goederen en schulden vallen ook buiten de gemeenschap. Verknochte goederen en schulden zijn goederen en schulden die op bijzondere wijze aan u of aan uw partner zijn verbonden.

  • Pensioen

Het pensioen valt ook buiten de gemeenschap van goederen. Toch moet bij echtscheiding wel een bepaalde verdeling van pensioenrechten plaatsvinden.
Een afwijking van het voorgaande was slechts mogelijk bij een huwelijk onder huwelijkse voorwaarden. Hier komt verandering in.

In april van dit jaar heeft de meerderheid van de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel om standaard te trouwen in beperkte gemeenschap van goederen en niet langer in algehele gemeenschap van goederen.

Door de wijziging blijven vermogen en schulden die voor het huwelijk zijn opgebouwd na scheiding automatisch bij de oorspronkelijke eigenaar. Ook van erfenissen en giften moet de huwelijkspartner niet zomaar kunnen meeprofiteren. De goederen die tijdens het huwelijk worden verkregen zijn gemeenschappelijk. De nieuwe wet geldt alleen voor huwelijken die na de inwerkingtreding van de wet zijn gesloten.

De nieuwe wet zal waarschijnlijk per 1 januari 2017 in werking treden.

                                                                                                                                                                                           

Samen scheiden

De beslissing om uit elkaar te gaan is één van de zwaarste beslissingen uit je leven.
Enerzijds heb je een gevoel van opluchting, anderzijds het gevoel dat de bodem onder je voeten wegzakt.

Je weet dat het de juiste beslissing is, maar tegelijkertijd voel je je onzeker. Hoe moet ik verder? Wat is het beste voor de kinderen? Waar moet ik gaan wonen? Hoe krijg ik het financieel rond?

Je wil het graag zo snel mogelijk goed geregeld hebben, maar waar moet je beginnen?
Tegenwoordig zijn er veel organisaties waar je terecht kunt om te scheiden.
Het is financieel zeer aantrekkelijk om je te laten leiden door de aanbieders op het internet.

Goedkoop is duurkoop
Veel scheidingsbureaus adverteren met een snelle en goedkope manier van scheiden. Het regelen van een echtscheiding kan een simpel proces zijn. De regelgeving hiervoor is niet echt ingewikkeld, maar er ligt een groot gevaar op de loer. Het scheidingsproces wordt in grote mate beïnvloed door emoties. Je moet afspraken maken met degene die je (helaas) niet meer begrijpt. Hoe moet ik nu goede afspraken maken met iemand die ik eigenlijk niet meer begrijp en mij zo heeft gekwetst?

Mogelijk ben je angstig dat goed overleg met die andere niet meer kan. Hoe vaak heb je wel niet met elkaar gesproken over belangrijke punten en is dit uitgemond in een conflict? Hij begrijpt mij nu al vaak niet, hoe moet dat dan gaan met belangrijke zaken zoals financiën en kinderen? Voor een goede afwikkeling van de echtscheiding is het belangrijk dat je elkaar vertrouwt. Dit aspect komt helaas bij 9 van de 10 scheidingsbureaus niet aan de orde.

Ik ben mij de afgelopen jaren steeds meer gaan verdiepen in de interacties en patronen in relaties en dan met name in de situatie van scheiding. Ik heb de opleiding tot Enneagramcoaching en counceling afgerond en een aantal Masterclasses gevolgd.
Met name de Masterclass relatiepatronen heeft mij veel inzichten gegeven .Deze inzichten gebruik ik in het scheidingsmediationtraject. Door het begeleiden en managen van emoties komen er veel sneller goede afspraken tot stand.

Het echtscheidingsconvenant
Er moeten afspraken gemaakt worden en vastgelegd worden in een document. Dit noemt men het echtscheidingsconvenant.

Met grote regelmaat wordt mij gevraagd mijn visie te geven op scheidingsconvenanten. Helaas blijkt maar al te vaak dat goedkoop, duurkoop is. Belangrijke aspecten zijn onvoldoende besproken en niet in het convenant opgenomen. Veel mensen zetten een handtekening onder een convenant en hebben hier later spijt van. Een onbevredigend convenant leidt op den duur altijd tot frictie. Het is daarom van groot belang om de tijd te nemen voor het maken van de afspraken die in het convenant worden opgenomen.

Het naderhand willen aanvechten van de inhoud van het convenant leidt tot veel ellende en kost handenvol geld. Dit kan je voorkomen door je zorgvuldig te laten begeleiden.

Bij een scheiding zijn er eigenlijk twee aspecten die aan de orde moeten komen. De ‘zakelijke’ kant, de kinderen, de financiën, de woning en dergelijke, en de ‘emotionele’ kant. Deze twee aspecten lopen constant door elkaar en maken het proces vaak lastig.

Om je een eerste handreiking te geven wat te doen ten aanzien van deze zakelijke kant, heb ik een beknopt eBook geschreven.
Heb je hier belangstelling in? Vul dan onderstaand formulier in zodat ik het document aan je kan toesturen.

Je kunt zien dat het eigenlijk allemaal wel meevalt mits je bereid bent en in staat wordt gesteld je emoties te managen!

Met vriendelijke groet,

J.F. Sabaroedin

Aanvraag eBook

                                                                                                                                                                                           

Faillissement van VOF niet automatisch faillissement van de vennoten

Volgens vaste rechtspraak (sinds 1927) van de Hoge Raad brengt het faillissement van een vennootschap onder firma tevens het faillissement van elk van de vennoten van die VOF mee.

Omtrent de verhouding tussen het faillissement van de VOF en de toelating tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) van de vennoten van de VOF bestaat echter geen duidelijke regeling.

Het is namelijk niet (meer) noodzakelijk dat het faillissement van de vennoten steeds en zonder meer intreedt als een gevolg van het faillissement van de VOF.

De Hoge Raad heeft op 6 februari vorig jaar (ECLI: NL:HR:2015:251) een arrest gewezen omtrent het faillissement van een VOF en toelating tot de schuldsanering van een vennoot van die VOF. De Hoge Raad komt hiermee dan ook terug op de regel dat het faillissement van een VOF steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge heeft[1].

Kort samengevat wordt in casu door een debiteur een faillissement aangevraagd van de vennootschap onder firma VDV VOF (de crediteur). Één van de vennoten dient voorafgaand aan de behandeling van de faillissementsaanvraag een WSNP verzoek in. Dit verzoek wordt tijdens de zitting van de faillissementsaanvraag behandeld, maar door de vennoot weer ingetrokken, nu het verzoek niet volledig zou zijn (o.a. ontbreken van de verklaring als bedoeld in artikel 285 1e lid sub f Fw). Opnieuw is door de debiteur en oproep gedaan voor een faillissementszitting. Opnieuw wordt door de vennoot vlak voor de nieuwe zitting een WSNP-verzoek ingediend en opnieuw ontbreken de gegevens als bedoeld in artikel 285 1e lid Fw.

De rechtbank oordeelt dat de indiening van het tweede verzoek door de vennoot in de gegeven situatie misbruik van recht betekende. De vennoot is derhalve door de rechtbank failliet verklaard. De vennoot was het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en stelde hoger beroep in.

Het Gerechtshof oordeelde in verzet/hoger beroep dat de rechtbank de vennoot niet failliet had kunnen verklaren, nu het tweede WSNP verzoek op dat moment nog aanhangig was. Een en ander gelet op artikel 3a Fw.

Het vonnis tot faillietverklaring van de VOF was op dat moment echter al onherroepelijk. Het faillissement van de VOF bracht (naar de oude regels en jurisprudentie) automatisch met zich mee dat daarmee ook de vennoot failliet was verklaard. De faillietverklaring van de vennoot werd om die reden bekrachtigd door het Gerechtshof.

De Hoge Raad heeft het arrest van het Gerechtshof vernietigd en terugverwezen. De Hoge Raad komt terug op haar eerdere uitspraken. Het faillissement van een VOF heeft namelijk niet zonder meer het faillissement van de vennoten tot gevolg, vanwege de eventuele aanvraag WSNP van de vennoten.

Vennoten die een verzoek hebben ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) dienen dus niet zonder meer failliet verklaard te worden indien het faillissement van de VOF uitgesproken wordt.

Indien u als schuldeiser naast het faillissement van de VOF dus ook faillietverklaring van alle vennoten wenst, dient u van ieder van hen dit afzonderlijk te verzoeken. De rechter dient dan ook afzonderlijk te beoordelen of aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan.

Is in eerste instantie alleen het faillissement van de VOF verzocht, dan mag u als schuldeiser (in eerste aanleg bij de rechtbank) het verzoekschrift nog aanvullen, aldus de Hoge Raad. Alle vennoten hebben dan uiteraard wel de gelegenheid om afzonderlijk verweer te voeren. De rechter heeft dan ook voorts te mogelijk om niet tegelijk op alle verzoeken te beslissen.

Deze nieuwe regel kan dus betekenen dat de VOF wel, maar de vennoten niet failliet worden verklaard.

Op 8 maart 2016 heeft rechtspraak.nl een nieuwsbericht uitgebracht over de verschuldigde griffierechten bij het aanvragen van een faillissement van een VOF en haar vennoten.

Bij de indiening van een verzoek tot faillissement van een VOF en van haar vennoten is griffierecht verschuldigd voor zowel de VOF als de vennoten afzonderlijk. Dit was overigens al zo en de uitspraak van de Hoge Raad van 6 februari zou daar geen verandering in brengen, aldus Recofa, het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen in faillissementen. Benadrukt wordt dat deze handelswijze zou aansluiten bij de toepasselijke wetgeving.

U dient als schuldeiser er derhalve op verdacht te zijn dat, indien u het faillissement wilt aanvragen van een VOF met vier vennoten, u vijf keer griffierechten verschuldigd bent, alle verzoeken niet tegelijkertijd behoeven te worden behandeld en de vennoten eventueel kunnen worden toegelaten tot de WSNP, nu het faillissement van de VOF niet automatisch (meer) ook het faillissement van de vennoten betekent.

Heeft u vragen? Neemt u dan gerust contact op met mij.

Jolien Klomp

De Singel Advocaten

[1] Ook de invoering per 1 december 1998 van de WSNP heeft tot gevolg dat de deze regel niet langer op zijn plaats is.

                                                                                                                                                                                           

Uitspraak over bijstandsuitkering, watergebruik en opgegeven adres

mr. J.W.M. Melief heeft onlangs één van zijn cliënten bijgestaan in een beroepszaak tegen de gemeente Enschede.
De gemeente heeft een besluit genomen waarbij de bijstandsuitkering werd ingetrokken en werd teruggevorderd.

De rechtbank oordeelde dat de gemeente, ondanks buitengewoon laag watergebruik, niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder (red. cliënt) niet woonachtig was op het door hem opgegeven adres. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit van de gemeente Enschede.

Voor de gehele uitspraak klik hier.

                                                                                                                                                                                           

Problemen met thuiszorg en PGB?

Hebt u thuiszorg en is daar de laatste tijd wat in veranderd (minder uren of ingetrokken) of wilt u thuiszorg of een PGB en is dat geweigerd? Dan is deze informatie misschien voor u van belang.
Gemeenten hebben sinds de invoering de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) veel vrijheid gekregen in hun beleid ten aanzien van de Wmo.

Voor zorgvragers van huishoudelijke hulp/thuishulp kan het gebeuren dat u geen zorg meer krijgt of minder dan u had of dat een aanvraag voor thuiszorg wordt geweigerd.
Ook mensen die een Persoonsgebonden Budget (PGB) hadden voor persoonlijke verzorging, hebben vaak minder uren gekregen of het PGB is ingetrokken of geweigerd.
Er zijn al veel procedures tegen gemeenten en zorgverzekeraars gestart door zorgvragers over de vraag of de huishoudelijke hulp of het PGB zomaar kan worden ingetrokken of verminderd.
Vaak weten zorgvragers niet wat zij kunnen doen tegen intrekking of vermindering van huishoudelijke hulp. Dat is soms meer dan u denkt.

De Singel Advocaten wil u daarover graag advies geven tijdens een vrijblijvend gesprek. Neemt u gerust contact op met mr. J.W.M. (Jan) Melief: melief@desingeladvocaten.nl

 

                                                                                                                                                                                           

De Singel Advocaten, partner in de CeeCee Community

Met trots kunnen wij melden dat wij als partner zijn aangesloten bij de CeeCee Community in Enschede.
Deze community is een netwerk van ondernemingen die start-ups helpen met het opzetten en uitbouwen van hun eigen creatieve/innovatieve bedrijven.

De CeeCee Community is gevestigd in de the cee spot in gebouw De Groene Beugel, aan de Brouwerijstraat 1 in Enschede, het voormalige hoofdkantoor van Grolsch.

Wat kan CeeCee concreet voor jou als startende ondernemer betekenen?

De afgelopen maanden zijn leden van de CeeCee Community druk bezig geweest om het voormalig hoofdkantoor van Grolsch om te bouwen tot startplek voor startende ondernemers, the cee spot. Dat is de plek waar je je als starter je kan vestigen en biedt onder meer flexibele maar vooral ook inspirerende werkplekken. Het is een ontmoetingsplek om met andere innovatieve starters in aanraking te komen. Daarnaast is het de plek waar je vanaf januari 2016 eens in de twee weken op inloopspreekuur bij één van onze advocaten kan binnenlopen voor advies, vragen en suggesties.

Als starter krijg je hoe dan met een aantal juridische onderwerpen te maken ook al denk je daar niet meteen aan. Denk alleen al aan het bedenken van een bedrijfsnaam. Voorkom bijvoorbeeld verwarring met andere handelsnamen. Of maak je met je bedrijfsnaam misschien inbreuk op rechten van een ander?

Denk ook aan het opstellen van offertes, contracten en algemene voorwaarden. Dit soort zaken moet je op orde hebben.

Bij de beantwoording van zulke vragen kunnen wij helpen. Maak geen valse start. De Singel Advocaten helpt graag om je onderneming een vliegende start te geven. Daarvoor kun je dan uiteraard een afspraak maken voor het inloopspreekuur, maar uiteraard kan je te allen tijde contact opnemen met kantoor.

De CeeCee Community is niet enkel en alleen the cee spot waar je je je als starter kunt vestigen. Ook als je bedrijf niet in the cee spot is gevestigd, kun je lid worden van de Cee Cee Community die nog meer biedt:

  • Expertise en gebruik van netwerk van de gevestigde/aangesloten ondernemingen
  • Ondersteuning bij de inrichting van je organisatie
  • Lezingen en voordrachten over onderwerpen die voor starters van belang zijn.
  • Netwerkborrels/lunchbeat/nieuwjaarsborrels
  • (Flexibele) maar vooral inspirerende werkplekken
  • Een ontmoetingsplek voor start-ups waar ruimte is voor discussie, innovatie en inspiratie

Heb je interesse om je aan te sluiten bij de CeeCee Community? Dan verwijzen wij je graag door naar de website van CeeCee (Klik hier). Je kan ook direct een e-mail sturen naar contact@ceecee-enschede.nl.

Ben je een startende ondernemer en niet aangesloten bij CeeCee? Dan kunnen wij als kantoor jou natuurlijk ook begeleiden bij het oprichten van je onderneming.

Wij bieden professioneel advies over alle juridische onderwerpen waar je als (startende) ondernemer mee te maken krijgt. Wij begrijpen uiteraard dat het starten van een onderneming al genoeg investering in tijd en vooral kosten met zich meebrengt. Daarom kan je je altijd via de website aanmelden voor een vrijblijvend gesprek (Klik hier). Uiteraard kan je ook altijd telefonisch contact met ons opnemen.

 

                                                                                                                                                                                           

Duidelijkheid over hoogte kinderalimentatie*

De Hoge Raad heeft op 9 oktober jl. antwoord gegeven op de vraag op welke wijze het kindgebonden budget inclusief de alleenstaandenouderkop bij het vaststellen van de kinderalimentatie moet worden meegenomen.

Bij de vaststelling van de door de ouders verschuldigde ouderbijdrage voor minderjarige kinderen moet het kindgebonden budget en de daarvan deeluitmakende alleenstaandenouderkop niet in mindering worden gebracht op de behoefte van het kind maar bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebondenbudget ontvangt worden opgeteld.

Wat betekent dit voor u?

De uitspraak van de Hoge Raad heeft in bijna alle kinderalimentatiezaken gevolgen.

Bent u benieuwd wat de uitspraak voor u betekent dan zijn wij graag bereid kosteloos een scan te maken van uw draagkracht.

Voor verdere informatie, neem geheel vrijblijvend contact met ons op.

Namens sectie familierecht van De Singel Advocaten

Door: mr. J.F. (Jan Ferenc) Sabaroedin

                                                                                                                                                                                           

Faillissementsfraude en de curator*

De Wet versterking positie curator & het civielrechtelijk bestuursverbod, een vooruitgang voor de crediteuren?

De kerntaak van de curator wordt in de Faillissementswet omschreven als de degene die belast is met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Door het wetsvoorstel versterking positie curator wordt aan deze kerntaak een taak toegevoegd. De curator dient naast zijn kerntaak ook plichtmatig mogelijke onregelmatigheden in het faillissement onderzoeken, kort gezegd; de curator moet nagaan of er sprake is geweest van eventuele fraude. Hiermee wordt getracht de zogenaamde “white collar crime” te beperken.

Dat de curator onderzoek doet naar onregelmatigheden is geen nieuws. Eigenlijk wordt door het wetsvoorstel deze taak geïnstitutionaliseerd. Indien er sprake is van onregelmatigheden, kan een curator thans een bestuurder (persoonlijk) aansprakelijk stellen. Door het wetsvoorstel zal het voor de curator makkelijker moeten worden ook van deze onregelmatigheden aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie.

Op dit moment dient de bestuurder op verzoek van de curator inlichtingen te verschaffen. In het wetsvoorstel wordt de bestuurder of failliet echter verplicht alle informatie en inlichtingen te verschaffen aan de curator, waarvan hij weet of behoorde te begrijpen dat deze voor de curator van belang zijn. De bestuurder dient de curator derhalve ook van ongevraagde informatie te voorzien.

De curator wordt verplicht om over eventuele onregelmatigheden de rechter-commissaris te berichten. De rechter-commissaris kan vervolgens de curator opdracht geven aangifte te doen. De curator wordt hiermee overigens geen verlengstuk van de politie of het openbaar ministerie en krijgt uitdrukkelijk geen opsporende of vervolgende taak. De curator doet slechts aan onderzoek en constatering.

Worden crediteuren door dit onderzoek en deze aangifte wel geholpen en worden zij er eigenlijk wel beter van?

De curator is er in eerste instantie uiteraard voor de crediteuren en om een zo groot mogelijke opbrengst voor hen te realiseren. Door het doen van onderzoek naar onregelmatigheden en het doen van aangifte wordt deze hoge opbrengst niet gerealiseerd, althans dit is geen garantie en worden de crediteuren er niet direct beter van.

Het onderzoek en de aangifte maakt de kans op het veroorzaken van een nieuw faillissement door dezelfde bestuurder wel kleiner. Bij onze zuiderburen is dit verbod al langere tijd bekend. Nu is het een voornemen ook in Nederland het zogenaamde bestuursverbod toe te passen.

Wanneer een bestuursverbod wordt uitgesproken kan het verbod voor maximaal 5 jaren worden opgelegd. In deze periode is het ook niet mogelijk als commissaris te worden aangesteld. De curator of het Openbaar Ministerie kunnen de rechtbank verzoeken zo één verbod op te leggen aan een bestuurder die zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Van deze term is sowieso sprake indien aan de voorwaarden van de civielrechtelijke bestuurdersaansprakelijkheid is voldaan, er sprake is geweest van paulianeuze handelingen of indien de bestuurder ernstig tekort is geschoten in zijn medewerkings- en informatieplicht. Zoals ook nu geldt kan een bestuurder uiteraard het tegendeel bewijzen en net als nu aannemelijk maken dat de kennelijke onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is.

Bovenstaande brengt wel met zich mee dat een curator of het Openbaar Ministerie een bestuursverbod kunnen verzoeken, niet alleen uitsluitend indien er dus sprake is van faillissementsfraude.

Door dit bestuursverbod wordt voorkomen dat iemand onbehoorlijk zijn taak als bestuurder heeft vervuld, of iemand die zich schuldig maakt aan onregelmatigheden, zomaar opnieuw een onderneming kan opstarten.

Het wetsvoorstel omtrent het bestuursverbod is op 23 juni 2015 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer en ligt op het moment van het publiceren van dit artikel bij de Eerste Kamer. Het voorbereidend onderzoek door de Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) vindt plaats op 22 september 2015.

De grote kanttekening die in de praktijk door veel curatoren bij deze wetsvoorstellen wordt geplaatst is de medewerking van het Openbaar Ministerie. Op dit moment heeft volgens veel curatoren het doen van aangifte niet veel zin, nu het Openbaar Ministerie niets met de aangifte lijkt te doen.

Terugkomend op de kernvraag of crediteuren daadwerkelijk worden geholpen met de wetswijzigingen is dus nog maar de vraag. Door het onderzoek en de eventuele aangifte van de curator wordt niet direct een grotere opbrengst voor de boedel gerealiseerd en worden crediteuren hiermee dus niet geholpen. Indirect worden zij deels geholpen, nu door het bestuursverbod voorkomen kan worden dat de bestuurder na het faillissement van zijn onderneming zomaar zijn activiteiten kan voortzetten en een nieuwe onderneming kan oprichten. Hierdoor worden de (nieuwe) crediteuren deels beschermd, maar kunnen de voormalige crediteuren hoogstwaarschijnlijk (een groot gedeelte van) hun vordering, net zoals nu, afboeken.

 

*door: mevr. mr. Jolien Klomp

 

                                                                                                                                                                                           

 

Werkgever en werknemer: pas op met oproepcontracten!*

Veel werkgevers sluiten oproepcontracten met werknemers, waarin niet een aantal uren wordt genoemd dat de werknemer maandelijks zal worden opgeroepen.
De gedachte is, dat als de werkgever de werknemer niet oproept, hij ook geen loon hoeft te betalen.
Op zich is dat juist, maar pas op als het oproepcontract de vorm heeft van een voorovereenkomst! Dat is het geval als volgens het contract de werkgever niet verplicht is de werknemer op te roepen en de werknemer ook niet verplicht is aan een oproep gehoor te geven.
Het gevolg daarvan is dat telkens als de werkgever de werknemer oproept en deze daaraan gehoor geeft, er dan pas een arbeidsovereenkomst tot stand komt die weer eindigt als de oproep klaar is.
Als met tussenposen telkens van minder dan zes maanden een tweede, derde en een vierde oproep wordt gedaan, dan is de werknemer in vaste dienst vanaf de vierde oproep!
Vanaf 1 juli 2015 geldt bovendien dat als oproepen elkaar met minder dan zes maanden tussenpoos hebben opgevolgd, de werknemer ook in vaste dienst is na een tijdsverloop van twee jaar.
Als er op bovenstaande wijze een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan (‘vast contract’ of ‘vaste dienst), heeft dat de volgende consequenties:
1. Als de werknemer ziek wordt, ook op het moment dat de werknemer niet is opgeroepen, heeft de werknemer recht op loon bij ziekte, volgens de wet is dat in dit geval 70% van het gemiddelde verdiende loon over de voorafgaande drie maanden. In veel cao’s is dat, zeker in het begin, hoger.
2. Als de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, heeft de werkgever recht op WW te berekenen over de gemiddelde loon over de voorafgaande drie maanden.
3. Als de werkgever de werknemer niet meer oproept, heeft de werknemer toch recht op loon, in principe op het gemiddelde loon over de voorafgaande drie maanden.
4. De ontslagbeschermingsregels gelden.

Veel werkgevers en werknemers realiseren zich deze gevolgen niet, maar als de werkgever eigen risicodrager is, verwijst het UWV werknemers gewoon terug naar de werkgever voor zijn ziekengeld of werkloosheidsuitkering. Ook gemeenten zullen terugverwijzen naar de werkgever als werknemer een bijstandsuitkering (Participatiewet heeft dat tegenwoordig) aanvraagt omdat de werkgever niet meer oproept.
Oplossing?
Je kan kiezen voor de ‘arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht’.
Globale kenmerken:
• De arbeidsovereenkomst gaat meteen in
• De werknemer moet komen als hij wordt opgeroepen
• De werkgever moet oproepen zodra hij werk heeft
• Deze overeenkomst kan worden aangegaan voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd. In het laatste geval eindigt de overeenkomst bij het verstrijken van de afgesproken tijd, ongeacht het aantal oproepen.
• Ook hier geldt dat als de werknemer drie maanden een aantal uren heeft gewerkt, hij daarna aanspraak kan maken op loon.
• Als er een vierde oproepcontract voor bepaalde tijd is afgesloten met tussenposen van telkens minder dan zes maanden, is er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Dat geldt ook als de keten in totaal twee jaar heeft geduurd. Dan geldt ook hier de ontslagbescherming.
Het bovenstaande geeft de hoofdlijnen weer. Er zijn uitzonderingen (bijvoorbeeld via cao’s). Wat in uw geval beste is hangt af van de omstandigheden van uw specifieke geval.
Wij adviseren u graag welke constructie in uw geval het beste is.
Neem in dat geval contact op met een van onze specialisten:
mr. J.W.M. (Jan) Melief: melief@desingeladvocaten.nl
mr. W.T.M. (Willeke) Krieger: krieger@desingeladvocaten.nl
mr. J. (Jolien) Klomp: klomp@desingeladvocaten.nl

* Door mr. J.W.M. (Jan) Melief


 

Werkgevers en werknemers, let op!

per 1 juli a.s. wijzigt er opnieuw veel in het ontslagrecht*

 Per 1 januari 2015 is er al veel veranderd op het gebied van het ontslagrecht, maar ook per 1 juli 2015 zullen er door de nieuwe Wet Werk en Zekerheid weer een aantal wijzigingen worden doorgevoerd in zowel het ontslagrecht als de vervolgprocedure (sociale zekerheid).

De belangrijkste wijzigingen zet ik hier voor u uiteen.

Ontslagrecht

  • Werknemers krijgen eerder een contract voor onbepaalde tijd;
  • Keuzevrijheid van de ontslagroute wordt voor de werkgever beperkt;
  • In plaats van een ontslagvergoeding een transitievergoeding.

Sociale zekerheid

  • Indien een werknemer langer dan een half jaar een WW-uitkering ontvangt, dan dient hij al het werk te aanvaarden;
  • Kortere duur van een WW-uitkering.

Ik zal mij  in dit nieuwsitem beperken tot het ontslagrecht. In een volgend nieuwsitem zal ik ingaan op de sociale zekerheid en de gevolgen voor de WW-uitkering.

Eerder een contract voor onbepaalde tijd

Op dit moment geldt dat een werkgever een werknemer drie tijdelijke contracten kan aanbieden, mits deze contracten gezamenlijk niet langer dan drie jaar zijn. Pas het vierde contract is of wordt dan een contract voor onbepaalde tijd. Deze zogenaamde “ketenbepaling” wordt verkort. Werknemers krijgen eerder een vast contract. Werknemers krijgen vanaf juli 2015 na drie tijdelijke contracten binnen twee jaar al recht op een contract voor onbepaalde tijd. De tussenperiode van 3 maanden, zoals deze momenteel geldt, zal worden opgerekt naar zes maanden. Als een werknemer meer dan zes maanden niet voor dezelfde werkgever heeft gewerkt, dan pas begint de keten opnieuw.

Deze nieuwe bepaling geldt echter alleen voor arbeidsovereenkomsten die na 1 juli 2015 worden gesloten. Als u voor 1 juli 2015 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten die tijdens de looptijd van het contract de twee jaar overschrijdt, dan blijft de huidige ketenregeling en derhalve de termijn van drie jaar voor u gelden.

Keuzevrijheid ontslagroute

De zogenaamde “keuzevrijheid” voor de werkgever welke ontslagroute hij zal volgen om een werknemer te ontslaan wordt beperkt. Op dit moment kan een ontslagvergunning via het UWV worden gevraagd, een ontbindingsprocedure bij de Kantonrechter worden gestart of een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden worden beëindigd. Nu hebben werkgevers nog de mogelijkheid te kiezen voor welke route ze willen gaan. Per juli 2015 wordt deze keuzevrijheid beperkt. In beginsel dient de werkgever om een werknemer te willen ontslaan een ontbindingsprocedure te starten bij de Kantonrechter. De werkgever moet dan een verzoekschrift indienen. Alleen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen of bij twee jaar ziekte/arbeidsongeschiktheid kan een werkgever nog een ontslagaanvraag indienen bij het UWV. De ontslagaanvraag bij het UWV moet overigens per 1 juli 2015 binnen vier weken te worden afgehandeld.

Ontslag met wederzijds goedvinden blijft uiteraard wel mogelijk, alleen een werknemer krijgt per 1 juli 2015 een bedenktijd van twee weken. De werkgever is verplicht de werknemer te informeren over deze bedenktijd. De werknemer kan terugkomen op de inhoud van de overeenkomst, maar ook binnen deze twee weken aangeven toch niet in te stemmen met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Transitievergoeding

In plaats van de zogenaamde ontslagvergoeding komt er een transitievergoeding. De ontslagvergoeding verdwijnt. Een werknemer die twee jaar (en uiteraard langer) in dienst is en wordt ontslagen, heeft recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding is gelijk aan een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Als een werknemer langer dan tien jaar werkzaam is, dan geldt vanaf het tiende jaar dat de vergoeding een half maandsalaris per dienstjaar is. De transitievergoeding is gemaximaliseerd. Maximaal bedraagt de vergoeding € 75.000,00 of maximaal één jaarsalaris als de werknemer meer dan € 75.000,00 per jaar verdient.

 

Werkgevers let op:

  • Hoe zit het met de huidige arbeidscontracten met uw werknemers? Sluiten deze nog wel aan op de nieuwe regelgeving? Wij kunnen dit voor u controleren.

Er verandert veel voor werknemers en werkgevers. U dient hierop alert te zijn. Bovenstaande is slechts een beknopte samenvatting van wijzigingen. Als werkgever is het uiteraard belangrijk deze nieuwe regelgeving te kennen en te weten wat u te wachten staat, maar uiteraard als werknemer ook. Het is belangrijk om te weten wat uw rechten zijn na 1 juli dit jaar.

De advocaten en juristen van De Singel Advocaten kunnen u adviseren omtrent deze nieuwe regelgeving.

 

Indien u vragen heeft over de wijzigingen in het arbeidsrecht naar aanleiding van de Wet Werk en Zekerheid, neemt u dan contact op met ons kantoor via telefoonnummer 053 – 4333552 of stuur een e-mailbericht naar klomp@desingeladvocaten.nl of krieger@desingeladvocaten.nl .

* door: mr. J. (Jolien) Klomp

 


 

Kinderalimentatie

Op 11 maart 2014 heeft de Tweede Kamer het Wetsvoorstel Hervorming Kindregelingen met een grote meerderheid van stemmen aangenomen. De beoogde invoerdatum is 1 januari 2015. Deze wijzigingen kunnen grote invloed hebben op de door u betaalde kinderalimentatie. Dit kan een reden zijn voor het indienen van een wijzigingsverzoek. Let erop dat het fiscale voordeel vervalt. Deze is niet langer aftrekbaar.

Wij kunnen voor u een herberekening maken van de kinderalimentatie. Voor meer informatie neem contact op met mr. Sabaroedin of mr. Krieger.

 


 

Tips voor de bijstand

Regelmatig gaan zaken mis bij mensen die een bijstandsuitkering (WWB) hebben of aanvragen. Hieronder een paar tips om problemen te voorkomen:

  1.  Aanvraag, zoekperiode van vier weken
    De gemeente Enschede wil dat mensen eerst een maand werk proberen te zoeken voordat ze een WWB-aanvraag indienen. Dit is niet verplicht! De aanvrager kan vragen de aanvraag meteen in behandeling te nemen. De gemeente moet daar mee akkoord gaan en doet dat ook als u er om vraagt. Dat scheelt u vier weken uitkering.Bij het eerste bezoek aan het Werkplein kunt u vragen de aanvraag meteen in behandeling te nemen. Zorg dat u een kopie van de aanvraag krijgt waarop de datum staat.
  2. Informatieplicht
    Bij de aanvraag vraagt de gemeente om allerlei informatie. Het is belangrijk dat u deze informatie zo snel mogelijk en volledig inlevert. Vraag om een e-mailadres waar u gegevens naartoe kunt sturen of om vagen te kunnen stellen.
    U moet de gevraagde informatie altijd binnen een bepaalde tijd aanleveren. Dat staat in de schriftelijke informatie die u van de gemeente krijgt bij de aanvraag. U kunt ook later een brief krijgen waarin staat binnen hoeveel tijd u welke informatie moet aanleveren.
    Heel belangrijk is dat u zich aan de termijn houdt! Doet u dat niet, dan kan de gemeente de aanvraag afwijzen of een bestaande uitkering beëindigen zodat u opnieuw een uitkering moet aanvragen.
    Als u de informatie niet op tijd kunt aanleveren, kunt u uitstel vragen. Doe dat per e-mail of ga even langs bij de gemeente en vraag om uitstel.
  1. Recht op voorschot
    Een aanvrager heeft recht op een voorschot van 90% van de voor hem of haar geldende bijstandsnorm. Dit voorschot moet worden uitbetaald binnen vier weken na de aanvraag. U hebt alleen géén recht op een voorschot:
  1. Als u de gemeente belangrijke gegevens niet, niet op tijd of onvolledig aanlevert én dit uw schuld is;
  2. Als u onvoldoende meewerkt aan het onderzoek van de gemeente naar uw recht op bijstand;
  3. Als het de gemeente meteen duidelijk is dat u geen recht op een bijstandsuitkering zult hebben.

Vraag bij uw aanvraag meteen om een voorschot.

  1. Dwangsom voor de gemeente bij vertraging
    Als uw aanvraag of een bezwaarschrift niet op tijd wordt afgehandeld, hebt u wellicht recht op een dwangsom die de gemeente u moet betalen vanwege de vertraging.
    In principe moet de gemeente binnen acht weken op uw aanvraag beslissen. De termijn kan worden verlengd als u nog informatie moet aanleveren of als de gemeente schriftelijk heeft verlengd.
    Als de beslistermijn voorbij is, kunt u de gemeente om een dwangsom vragen.
    Dat kan per e-mail of schriftelijk. De gemeente heeft dan nog 14 dagen om alsnog te beslissen. Gebeurt dat niet, dan moet de gemeente u per dag vertraging betalen.
    De dwangsom kan uiteindelijk oplopen tot € 1.260,-.
  2. Onderzoek door de gemeente
    Als de gemeente denkt dat u misschien geen recht (meer) hebt op een uitkering, kan er onderzoek worden gedaan. Dat kan – naast het onderzoeken van documenten – op allerlei manieren:

    1. Gesprekken die (soms) worden opgenomen.
    2. Huisbezoek
      Dat gebeurt onder andere om te zien of u wellicht samenwoont
    3. Heimelijke observaties
      De gemeente komt dan bijvoorbeeld kijken of u misschien samenwoont of werkt.
    4. Onderzoek gegevensbestanden van andere instellingen, bijvoorbeeld:
      RDW om te kijken of u een auto op uw naam hebt staan;
      Belasting;
      Energiebedrijf;
      UWV.

Teken nooit zomaar iets.

De aanvraag voor een uitkering moet u natuurlijk tekenen.
Maar als er een verslag wordt gemaakt van een gesprek, is het heel belangrijk dat wat er is opgeschreven ook precies is wat u hebt gezegd en dat het volledig is. Beter is het als het gesprek (door de gemeente of uzelf) wordt opgenomen en dat u een kopie hebt van de opname.
Teken een verklaring niet zomaar! Het kan voorkomen dat in de verklaring dingen staan die u zo niet hebt gezegd of dat belangrijke dingen zijn weggelaten. Teken dan niet! Als u eenmaal hebt getekend kunt u daar bijna niet meer op terugkomen ook al klopt de verklaring niet.
U hoeft niet te tekenen als u het er niet mee eens bent.
Vraag om een concept en neem het mee naar huis om nog een keer goed na te lezen. Laat het verslag zo nodig verbeteren of aanvullen. Vraag eventueel advies bij onze specialist, mr. Melief.

 

 


 

Vrije advocaatkeuze, ook als u een rechtsbijstandverzekering heeft

Het Europese Hof van Justitie heeft beslist dat iedere persoon dan wel onderneming, die een rechtsbijstandverzekering heeft, een eigen advocaat mag kiezen. Dit is eveneens verplicht bij zaken waarvoor er geen procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht is. Denk hierbij aan bijvoorbeeld arbeids-, huurgeschillen en geschillen met een belang tot € 25.000,00 en administratiefrechtelijke procedures (lees hier de uitspraak: http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=144208&pageIndex=0&doclang=nl&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=323839)

In de meeste polisvoorwaarden van rechtsbijstandverzekeraars wordt nu bepaald dat de kosten van een externe advocaat slechts worden vergoed door de rechtsbijstandverzekeraar, indien een zaak op grond van de zogenaamde verzekeringsovereenkomst of naar de mening van de rechtsbijstandverzekeraar aan een externe advocaat moet worden uitbesteed. In de praktijk probeert de rechtsbijstandverzekeraar dan een bij de verzekeraar in loondienst zijnde jurist ter beschikking te stellen aan de verzekerde, zodat hij/zij de belangen van de verzekerde behandelt.

Het Europese Hof van Justitie heeft, naar aanleiding van een vraag van de Hoge Raad op 7 november 2013 echter geoordeeld dat deze werkwijze in strijd is met de Europese Richtlijn 87/344 EG. Een verzekerde heeft namelijk het recht om in het kader van een gerechtelijke of administratiefrechtelijke procedure zelf zijn advocaat te kiezen, zelfs als bijstand door een advocaat niet verplicht is. Het Hof van Justitie heeft de zaak terugverwezen naar de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft op basis van de uitspraak van het Hof op 21 februari 2014 hierover een einduitspraak gedaan (lees hier de uitspraak: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:396) Als verzekerde bent u dus niet verplicht u te laten bijstaan door de in loondienst zijnde jurist van uw rechtsbijstandverzekeraar.

U kunt daarom ook door een advocaat van De Singel Advocaten worden bijgestaan indien u dat wenst.

Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat op basis van de hierboven genoemde Europese Richtlijn de volledige dekking van de kosten niet verplicht is. Een en ander dient u na te vragen bij uw verzekeraar.

Let op: ondanks de uitspraak mag u niet zomaar een advocaat inschakelen. Een en ander dient wel met voorafgaande toestemming van de rechtsbijstandverzekeraar te gebeuren (hetgeen zij op basis van de uitspraak dient te doen). Hier kunnen wij u bij helpen. Indien u zonder toestemming van uw rechtsbijstandverzekeraar een advocaat inschakelt, dan loopt u de kans dat de kosten niet worden vergoed.

Uiteraard kunt u voordat u toestemming vraagt aan uw rechtsbijstandverzekeraar een afspraak maken met één van onze advocaten voor een vrijblijvend (gratis) gesprek.